Wegdoen en geven wat je niet mooi of fijn meer vindt is – en blijft – een goed idee, maar enkel als je het combineert met minder (en/of duurzaam) spullen kopen, anders blijf je bezig. Dan is het eigenlijk juist een goede reden om te blijven kopen/consumeren, omdat je alles op den duur wel een keertje zat zult worden en de waarde niet meer inziet als je het iedere dag in je handen hebt.

Ik heb de laatste tijd weer een hoop spulletjes (met name baby spulletjes die Amber niet meer past) die ik niet meer gebruik weggedaan (lees: doorgegeven), maar er zijn ook wat van die twijfel spulletjes, bijvoorbeeld wat kleding, wat ik op het moment gewoon iets minder stijlvol vind. Een oude dikke trui die me eerst heel leuk stond, maar nu met een klein post-zwangerschapsbuikje niet meer zo flatteus staat. Maar op zich nog steeds prima is. Of een paar IKEA mokjes en bordjes die krassen hebben. Desnoods dingen opknappen, een likje verf geven of een andere bestemming geven.

Mijn neiging is om die spulletjes dan weg te geven en te vervangen voor iets wat wel Heel Mooi is. Maar dat is stiekem natuurlijk pure verkwisting, zelfs al geef ik het aan een student of iemand die het goed kan gebruiken. Dit idee schoot voornamelijk door mijn hoofd toen ik een deken vond die ik jaren geleden gehaakt heb. Een prachtige deken, maar een beetje een dof soort bruin en eigenlijk niet helemaal meer mijn stijl. Ik vond hem een beetje ouderwets. En toen schoot het door mijn hoofd, dat ik soms dingen aan het vervangen ben om het plaatje perfect te houden. En dat is natuurlijk helemaal niet ecologisch, milieuvriendelijk of iets dergelijks.

Als we alles in ons huis houden wat prachtig en shiney is, en de dingen die ietwat meer gebutst – maar wel praktisch – zijn wegdoen, dan blijven we spullen vervangen. Het huis – en wij zelf – hoeven er niet instagram-perfect uit te zien, al wil ik dat – en vele anderen met mij – af en toe wel. Het is soms echt een balans vinden tussen ergens tevreden mee willen zijn of het alleen maar perfecter willen hebben. Dat laatste geeft je eigenlijk juist alleen maar meer stress en onvrede..

Het is een valkuil die ik persoonlijk in ieder geval wel heb.

Dus mijn (hernieuwde) voornemen is om spullen die nog goed zijn en ik in het dagelijkse leven gebruik, wèl gewoon te blijven hergebruiken, en alleen spullen die ik echt niet meer gebruik weg te geven. Niet omdat ze esthetisch niet meer helemaal bevallen. Ik lees over mensen die doorslaan in minimalisme of spreken van een “opruim verslaving”. Misschien moeten we oppassen voor teveel orde willen in ons leven en een uiterlijk perfect leven hebben.

We willen juist meer rust, meer peace of mind en lekker ontspannen, maar met continue opruim en controle drang gaat dat natuurlijk nooit gebeuren. Zeker niet als er ook nog een kleine baby of kind door je huis rolt. Ik besef me zeer goed dat dit alles ook bitter weinig met de spullen zelf te maken heeft. Het zit in ons (mijn) hoofd. Hoe moet het eruit zien? Wanneer ben ik succesvol? Ben ik wellicht indruk aan het maken op andere mensen? Je ontkomt er nooit aan dat je bepaalde dingen in je leven om redenen buiten jezelf doet, maar je kunt er wel bewust van worden. En daar je komende keuzes weer op baseren.

​Zoals met alles, altijd weer terug gaan naar de basis in jezelf, niet hoe anderen het doen. Dat is prima ter inspiratie, maar je moet jezelf geen nieuwe hoge latten gaan opleggen. Wanneer het werkt voor jou en goed is voor je omgeving, dan is het toch een goede keuze?

De wabi-sabi gedachte combineren met Marie Kondo’s devies. De zuinigheid van de generatie van onze grootouders te combineren met het minimalistische gedachtengoed van nu. Altijd weer een balans vinden tussen verschillende waarheden.

​Want spullen kunnen nog steeds “joy sparken” als je er dankbaar voor kunt zijn. Dat stukje, zit namelijk in je hoofd en in je hart. Niet in je bezit. Dat is daar enkel een reflectie van.

Delen