Het is gek hoe nieuwe gewoontes zo snel routine kunnen worden. Als ik nu de Albert Heijn inga, gewapend met 101 stoffen tasjes, sta ik er versteld van hoe makkelijk andere mensen om me heen een plastic zakje of flesje pakken.

Natuurlijk, een paar maanden geleden was ik daar ook één van. Ik dacht toen nog dat ik ze in ieder geval bij het plastic afval deed, en redde daar mijn geweten mee. Nu weet ik wel beter, gelukkig.

Want hoe makkelijk en leuk is het wel niet om gewoon je eigen tasje bij je te hebben. Ik mik altijd een croissantje voor Amber in een tasje, waar ik stukjes vanaf scheur om aan haar te geven (soms gooit ze per ongeluk anders het hele broodje op de grond). Wanneer het op is, schud ik het zakje buiten uit en hebben de vogels er ook nog lol van.

Eenmaal thuis heb ik zo min mogelijk plastic en wat kartonnen verpakkingen. Ik doe alles meteen in voorraadbussen, flessen of bakjes en de rest gaat bij het oud papier.Ons afval wordt minder en minder en het is heel overzichtelijk. Voor de grap verzamel ik de stickers van het groente en fruit, met als idee om de winkels te enthousiasmeren om ook dat te veranderen.

IS HET VEEL WERK?

En nog steeds kan ik bepaalde dagen heel lui zijn met eten koken. Ik heb laatst een enorme batch pastasaus gemaakt (wat ook niet veel voorstelt, een hoop groente, kruiden, knoflook en uitjes in de oven en daarna in de blender), waarvan er nu vier in de vriezer staan. Als ik een dagje geen zin heb om te koken, maak ik wat macaroni klaar en haal ik de pastasaus in de ochtend uit de vriezer. Even opwarmen en we hebben heerlijke, zelfgemaakte pastasaus, zonder dat mama zich daar heel druk om hoeft te maken.

Hetzelfde geldt voor bijvoorbeeld afwasmiddel. Ja, dat moet ik even zelf maken, maar ik verdubbel nu het recept en zorg dat ik een glazen fles extra vul. Als het op is dan hoef ik niet meteen de keuken in (met een dreumes aan mijn broek) maar kan ik hem gewoon even bijvullen en op een later tijdstip weer wat extra maken. Ook havermelk zelf maken is geen probleem, als je even doorhebt hoe het moet. Zoals met alles, wanneer je het een paar keer hebt gedaan, draai je je hand er niet meer echt voor om.

Het is voor mij nu al zo gewoon aan het worden, dat ik in winkels met steeds meer gemak dingen die teveel verpakt zijn laat staan. Waar ik vroeger wel eens zwichtte voor een bakje sushi, loop ik die nu voorbij. (ik wil die dames nog een keer vragen of ze een keer een batch in mijn bakje willen doen, maar het is er nog niet van gekomen). Wanneer ik iets in plastic koop, denk ik echt heel goed na of ik het écht nodig heb. En daar zijn er nog wel een paar van hoor, zoals de Griekse yoghurt die mijn hele gezin graag eet. Met een dreumes ben je toch al lang blij als ze een paar dingen graag eet.. maar ook daar probeer ik zoveel mogelijk te vervangen, of haar enthousiast te maken over iets anders in plaats van dat kuipje zuivelspread waar ze zo dol op is.

Mijn tas is inmiddels gevuld met allerhande “re-usables” die ik ook nog eens prachtig vind, en mijn dochter is apetrots op haar Kleen Kantheen rietjes beker.

MEER AANSPRAAK

Een groener huis en groener leven, stapje voor stapje. Ik geniet er echt zo ontzettend van. Wat eerst onmogelijk of heel lastig haalbaar leek, is met wat onderzoek en experimenteren, eigenlijk helemaal niet zo lastig. Wanneer ik niet weet hoe ik iets op kan lossen, vraag ik het in de facebookgroepen of op mijn Instagram account, en ik krijg altijd zulke leuke en interessante reacties! Iets met, wie groen doet, groen ontmoet? Daarbij klopt het ook, wat Bea Johnson in haar boek zegt: je maakt veel meer contact met de verkopers en mensen om je heen, omdat je wel moet vragen of er iets in een eigen bakje/zakje mag, of je iets zelf mag wegen etc. Dat leverde mij laatst al een heel gesprek op over waar de eieren vandaan komen en hoe gek die boer op zijn kipjes is. En omdat ik nu vaak dingen kom vragen, herkennen al die winkeliers mij en Amber nu ook. Dat maakt het een stuk gezelliger en ik durf steeds weer een stapje verder te gaan.

VERANDERING KOST TIJD.. MAAR NIET HEEL VEEL TIJD

Ik heb wel eens ergens gelezen – volgens mij van de schrijver van het “stoppen met roken boek” Alan Carr – dat een nieuwe gewoonte 40 dagen nodig heeft om “gewoon” te worden. Een maand dus. Een maandje proberen kan ervoor zorgen dat je het daarna niet meer dan normaal vindt om je nieuwe routine toe te passen. Het is even experimenteren, even uitvogelen wat voor jou persoonlijk werkt. Welke spullen wil je altijd op voorraad hebben, en waar vind je die met zo weinig mogelijk verpakkingsmateriaal? En misschien moet je bepaalde dingen laten staan, die alleen maar in plastic te koop zijn.

Het kost in het begin inderdaad allemaal wat tijd, maar uiteindelijk wordt je leven juist simpeler. Eenvoudiger. Het geeft meer rust en meer voldoening. Bea legt dat in dit filmpje heel mooi uit. (en ik heb haar idee om brood in oude kussenslopen te bewaren opgevolgd, daar was ik nou nooit opgekomen!)

En zeg nou zelf, een maandje is niet zo lang toch? Ik ben er inmiddels al helemaal aan gewend (al is er nog genoeg te verbeteren!). Wat me vooral trots maakt is dat ik leef naar mijn idealen, in plaats van idealen te hebben maar te denken dat ik geen andere keuze heb. Maar die keuze is er wel, die hebben we immers altijd. We moeten er alleen wel bewust over na (blijven) denken.

Delen